CLUB NIEUWS, GESCHIEDENIS

Sterchele, Sterchele, Sterchele, Ole Ole

Donderdag 8 mei 2008 werd de Belgische voetbalwereld wakker met het tragische radionieuws dat François Sterchele ‘s nachts op de E34 richting Knokke ter hoogte van Vrasene dodelijk was verongelukt. De jonge spits speelde op dat moment bij Club Brugge, maar had zich het seizoen daarvoor in de schijnwerpers gevoetbald bij Beerschot. Het was op het Kiel dat hij, in onze mooie paars-witte kleuren, zijn doorbraak op het hoogste vlak verwezenlijkte. Swa’ke was nu eenmaal “ene van ons” en zat diep ons hart. Zijn dood dompelde Beerschot in diepe rouw. Vandaag, exact 13 (!) jaar later, kijken we nostalgisch en bedroefd terug op “Swa’kes Wonderjaar bij den Beerschot”. 

Zelden - nee nooit! - is er in de recente geschiedenis van Beerschot een speler geweest die zich in een tijdspanne van amper één seizoen zo populair wist te maken als François Sterchele. We schrijven het seizoen 2006-2007 wanneer de Luikenaar van Sporting Charleroi naar Germinal Beerschot werd getransfereerd. Als een vrijgevochten spring-in-’t-veld stapte de 24-jaar jonge aanvaller de poort van het Olympisch Stadion binnen. Ongecomplexeerd en superambitieus. En pakte op die manier vanaf dag één alle supporters (zeker de vrouwelijke!) in. Enerzijds met zijn charme, onweerstaanbare glimlach en charisma; anderzijds met zijn voetbalkwaliteiten, neusje voor doelpunten, zijn fratsen en grollen. Liefde op het eerste gezicht was het. Van beide kanten.

Eénentwintig doelpunten zou hij scoren in dat seizoen waarmee hij - als topscorer van eerste klasse - Beerschot naar een mooie met Club Brugge gedeelde zesde plaats in de eindrangschikking leidde. Hij voetbalde en trapte zich niet alleen in de harten van de Beerschotsupporters, maar werd tegelijkertijd ook de “chouchou” van àlle voetballiefhebbers. Swa’ke genoot immers bij vriend en vijand een enorme populariteit. Hij en niemand anders gaf het Belgische voetbal een nieuwe smoel. Professionaliteit, levensvreugde en echte spontane liefde voor het voetbal vormden een perfecte symbiose. A new star was born. Een grootse toekomst lachte hem toe. Alles was rozengeur en maneschijn.

Zijn beste prestatie leverde hij ontegensprekelijk op 4 maart 2007 toen hij in het Olympisch Stadion met zijn spitsbroeder Jurgen Cavens Club Brugge op een hoopje speelde. Vier-nul werd het. Met twee goals en één assist van Swa. Didier Dheedene en Jurgen Cavens zorgden voor de andere Kielse treffers. De 2-0 bijvoorbeeld was een pareltje: Sterchele liep randje grote rechthoek, passte op Cavens die de bal op zijn beurt met een slim tikje door de Brugse verdediging stak, waar de doorgelopen Sterchele schitterend afrondde. Enig mooi.

Beerschot bracht tijdens dat seizoen trouwens champagnevoetbal op de mat. Met frivole, technische hoogstaandjes van het Zuid-Amerikaanse kwartet Hernan Losada, Gustavo Colman, Daniel Cruz en Ederson Tormena op het middenveld. En goalgetter François Sterchele in de zone van de waarheid. De duimen en vingers van onze fans geraakten week na week amper afgelikt. Heerlijk genieten was het. 

Dat François Sterchele elf dagen later door bondscoach René Vandereycken werd geselecteerd voor de interland België-Portugal was dan ook de logische volgende stap van die groeimarge. Swa’ke debuteerde als Beerschotter bij de Rode Duivels met het rugnummer dertien. Het gevolg liet zich raden: de topscorer en neo-international stond plots hoog op het verlanglijstje van alle topclubs. Germinal Beerschot-voorzitter Jos Verhaegen wreef zich in de handen, eiste en kreeg boter bij de vis... en Sterchele verhuisde – na enkele romances met Anderlecht en Standard – uiteindelijk naar Club Brugge. ‘Tegen de lonen die Club hem aanbiedt, kunnen wij niet op” luidde het in de Kielse bestuurskamer, waar de clubkas plots wel lekker gevuld was. 

Exit François Sterchele dus. Na amper één seizoen. Jammer maar helaas. Swa’ke nam op zijn eigen charmante en knotsgekke manier afscheid van de supporters. Maar Antwerpen - ‘t stad – bleef zijn pleisterplaats. Om plezier te maken en te feesten. Vaak met Vincenzo Verhoeven, ook al zo’n zot geval. Twee handen op één buik waren zij. En uiteraard wipte hij, als speler van Club Brugge, telkens het kon het Olympisch Stadion binnen om er een match van den Beerschot bij te wonen. En daarna het logecomplex onveilig te maken. Gewoon omdat hij van ons hield. En wij van hem. 

Dertien jaar na zijn tragisch ongeluk zit hij nog steeds diep in ons hart. Vandaag denken we extra aan hem... en borrelen de mooie herinneringen weer op. Maar jammer genoeg ook dat bittere einde... Een lach en een traan. 

Swa’ke Sterchele forever!